• plakke

    opschieten, voortmaken. ’t plakt goe

  • planke zondig

    doordeweekse kerkelijke feesten. ook: plankere zondig

  • platteboiskachel

    Belgische of Brabantse kachel

  • plee

    toilet

  • plegger

    jute (balen) halve schort

  • plek

    lijm

  • plekkónt

    iemand die lang in het café blijft hangen

  • plekske

    klein stukje grond

  • plekziggel

    zegel voor pensioen

  • plekzooi

    smeerboel

  • plenke

    lanterfanten/ niets doen

  • plenkske

    plankje. ook: Mariekoekje

  • plestieke

    van plastic gemaakt ook pallestieke

  • plevois/plavois

    plavuis

  • pliessie

    politie(man)

  • ploegstart

    handvat, dat de ploeger vasthield

  • ploeske

    pluisje bijvoorbeeld van een trui

  • ploeske

    pluisje

  • plukkem

    onkruid

  • plukkemkeul

    kuil met water, waarin groenvoer voor vee gespoeld werd